Het Groninger Landschap

 

Het bos wordt ‘beheerd' door konikpaarden. Zij grazen in het bos en het gebied rondom de plassen. Het konikpaard stamt af van de tarpan het Europese wilde paard, dat reeds is uitgestorven. Koniks zijn winterhard en kunnen tegen extreme omstandigheden zonder dat ze bijgevoerd hoeven te worden. 's Winters hoeven ze niet in de stal. Het gebied wordt dus het hele jaar begraasd.

 

Mede door de begrazing is het landgoed een ideaal gebied geworden voor de das. Dat komt onder meer door de paardenmest. De mest trekt kevers en regenwormen aan en die staan bovenaan op het menu van de das. Ook eten de konikpaarden bast van bomen, waardoor hier en daar een enkele boom afsterft. Het dode hout trekt boktorren aan (ze leggen er eitjes in) en ook deze insecten en larven eet de das graag.

 

Door het natuurlijk beheer en het ouder worden van het bos, komen er steeds meer vogelsoorten voor. Inmiddels broeden er twee soorten spechten: de kleine en de grote bonte specht. Verschillende mezensoorten, boomklevers en boomkruipers hebben de oude bomen ook ontdekt en in de braamstruiken, meidoorns en brandnetels broeden roodborst, winterkoning en verschillende soorten lijsters. Zelfs de nachtegaal woont er. Aan roofvogels is eveneens geen gebrek. Buizerd, sperwer, havik en torenvalk hebben hier hun territorium, net als de ransuil en de kerkuil.

 

De kruiden bij de natuurplas trekken insecten aan die op hun beurt weer andere vogels aantrekken. De natuurplas is een oase van rust en wordt veel bezocht door watervogels als aalscholver, dodaars, grote zaagbek en verschillende soorten ganzen. Broedvogels zijn er ook: rietgors, rietzanger, blauwborst, meerkoet en fuut. Naast de grote plas is een aantal poelen gegraven, waarin allerlei waterdieren voorkomen, zoals kikkers en kleine watersalamanders. Langs de oevers zitten veel libellen.

 

In Meerland leeft de op één na grootste populatie greppelsprinkhanen van Nederland. Ook andere sprinkhanensoorten zoals het wekkertje komen in Meerland voor. Het pijpestrootje, een typische hoogveenplant, levert ideale omstandigheden voor levendbarende hagedissen. De vrouwtjes houden de eitjes in zich tot ze op het punt staan uit te komen. De hagedissen verstoppen zich onder de pollen en overwinteren er ook. In vermolmde berkenstammen broedt onder andere de matkopmees. Meerland wordt begraasd door Drentse heideschapen en Schoonebeekers.

 

Een ‘groene ring', een 100 meter brede strook met riet en slenken langs De Blauwe Stad, verbindt landschap De Ennemaborgh met natuurgebied De Tjamme van Staatsbosbeheer. De strook is een ideale paaiplaats voor vissen en een veilige weg voor dassen, padden, bunzingen, et cetera.