Het Groninger Landschap

 

De plantengroei floreert op onze terreinen. Vooral in het zuidelijke deel tussen Adorp en de stad zit in de sloten veel zwanebloem, maar ook minder algemene soorten als pijptorkruid, fijne waterranonkel, witte waterkers en slanke waterweegbree. In de weilanden groeien op de lage, natte delen planten als kruipende boterbloem en speenkruid. Op de hogere gronden vinden we de bloemrijke graslanden met madeliefjes, rode klaver en kleine klaver. In het zuiden groeit op enkele percelen zelfs een zeldzame plant: de grote ratelaar. Dezelfde ratelaar gedijt goed in sommige bermen. Door het maaien en afvoeren ontwikkelt zich daar het glanshaververbond. Kruiden die bij het verbond horen zijn onder meer rode klaver, veldlathyrus, vogelwikke, pastinaak en grote ratelaar. Bloemrijke bermen en weilanden met veel verschillende soorten begroeiing zijn interessant voor allerlei insectensoorten. Onder andere de distelvlinder, het hooibeestje en de kleine vuurvlinder vliegen er rond.

 

Bloemrijke weide