Het Groninger Landschap

 

De Harener Wildernis ligt in de Onnerpolder. Het gebied bestaat uit moerasbos en graslanden. In het moerasbos groeien veenmossoorten, wilde kamperfoelie, braam en oever- en draadzegge. Op enkele plaatsen staat wilde gagel, een heerlijk geurende plant die vroeger veel werd gebruikt bij de bereiding van kruidige alcoholische dranken, zoals berenburg. Recentelijk is in de Harener Wildernis ook de krabbescheer herontdekt. De bodem van de Harener Wildernis is erg moerassig en verraderlijk. Daarom - en omdat het gebied zo kwetsbaar is - is het afgesloten voor publiek.

 

In de Harener Wildernis broeden onder meer de havik, de buizerd, de boomklever, de blauwborst en de kleine bonte specht. Het gebied is een ideaal rustgebied voor reeën, vossen en andere dieren.

 

Uit het laagveen werd hier pas eind 19e begin 20e eeuw turf gebaggerd, voor die tijd was het land - net als het overgrote deel van de Onnerpolder - in gebruik als hooi- en weideland. De petgaten die achterbleven na de turfwinning zijn vol gegroeid met een broekbosvegetatie, voornamelijk elzen. Tegenwoordig vormt het gebied de ecologische verbinding tussen de Drentse Aa, het Hunzedal en Westerbroek. De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten is al sinds 1918 betrokken bij het beheer van het gebied. Na een ruil kwam de Harener Wildernis in 2001 in eigendom van Het Groninger Landschap.