In enkele gebieden van Het Groninger Landschap wordt het beheer eigenlijk voor een groot deel uitgevoerd door grote grazers. Grote grazers zoals konikpaarden, oerrunderen en herten komen in alle werelddelen voor en leveren een belangrijke bijdrage aan de dynamiek van hun leefomgeving. De konikpaarden, Schotse hooglanders en de rood- en zwartbonte blaarkoppen in het Groninger landschap kunnen een spectaculair schouwspel opleveren. Maar hoe fraai ze ook zijn, er is altijd een ander doel met deze dieren: zij helpen een landschap te creëren dat past in de omgeving.  Door het vreten van boombast, gras en andere vegetatie maken ze ruimte voor andere soorten bomen en planten en daarmee ook voor een grote variatie aan vogel- en diersoorten.

konikpaarden

Voor alle grazers geldt: het zijn verwilderde dieren. Ze zorgen voor hun eigen voedsel . Als bezoekers van onze terreinen ze bijvoeren kan dat leiden tot spijsverteringstoornissen en uiteindelijk tot de dood! Daarbij ontwikkelen de dieren ongewenst, hinderlijk gedrag als ze worden bijgevoerd. Om te voorkomen dat de dieren ‘op mensen trekken’ kunt u ze het beste negeren. Ook als ze uit nieuwsgierigheid op u af komen.