Plant een struik of boom

Plant vandaag een boom voor later! Een boom haalt Co2 uit de lucht,  produceert zuurstof, biedt verkoeling en geeft vogels een plek om te schuilen. Daarnaast laat een boom de bodem leven.

Onze tips

1. Ga voor inheemse planten

Door te kiezen voor bomen en struiken die hier van nature groeien draag je bij aan een rijke biodiversiteit. Inheemse planten slaan gemakkelijk aan en blijven langer leven. Voorbeelden zijn  sporkehout, wilde lijsterbes, hazelaar, winterlinde en de veldesdoorn. Dieren, vogels en insecten zijn op deze soorten aangepast en vinden er hun voedsel en nestgelegenheid. Daarnaast hebben inheemse struiken minder last van plagen (bijvoorbeeld bladluis en slakken) omdat hun natuurlijke vijanden hier ook wonen.

2. Ga voor bloei

Bloeiende bomen en struiken zijn een walhalla voor insecten. Voor de late winter en het vroege voorjaar zijn er volop soorten prachtig bloeiende bomen en struiken beschikbaar, zoals de winterjasmijn, kamperfoelie, peperboompje, winterzoet, toverhazelaar en rotsheide.

(En dat je absoluut geen bestrijdingsmiddelen moet toepassen in de tuin is natuurlijk vanzelfsprekend).

3. Ga voor bessen en vruchten

Fruitbomen, bomen met bes, bessenstruiken… In het najaar zoeken de vogels calorierijke snacks om zich voor te bereiden op de winter.  Denk aan de vlier, Gelderse roos, wilde lijsterbes, klimop en vuurdoorn. Ook een braam, framboos, rode bes of kruisbes is voor vogels zeer welkom!

 

4. Weinig ruimte? Ga voor klimplanten

Bij een kleine tuin (of balkon) zijn klimplanten een uitkomst. Door klimplanten te gebruiken, benut je de verticale ruimte in je tuin. Een schutting, hek of pergola kan als ‘klimrek’ gebruikt worden. Wederom zijn inheemse soorten de beste keus, zoals klimop, wilde kamperfoelie of wilde wingerd. Vlinders en bijen zijn blij met de nectar, vogels met hun schuilplek en nestgelegenheid.