Thuiskomen in het Ambonezenbosje
Op 21 juni wordt herdacht dat 75 jaar geleden duizenden Molukkers naar Nederland kwamen. Ook in Groningen heeft die geschiedenis diepe sporen achtergelaten. Het Ambonezenbosje in de Carel Coenraadpolder is zo’n plek waar die geschiedenis nog altijd voelbaar is: van munitiedepot tot interneringskamp en later woonplek voor Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. Met de recente aankoop door Het Groninger Landschap krijgt deze bijzondere plek opnieuw aandacht – juist nu het Molukse verhaal in Nederland breder wordt erkend en herdacht.
Wie door de Carel Coenraadpolder rijdt, ziet ter hoogte van Hongerige Wolf ineens een bosje opduiken: het Ambonezenbosje. Ooit was dit bosje een munitiedepot, later een interneringskamp voor NSB’ers, daarna woonden er Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. Onlangs kocht Het Groninger Landschap het bosje aan. Anitha Hallatu werd er geboren. “Deze plek voelt nog altijd als thuiskomen.”

Nu is het een dichtbegroeid essenbos. Maar vroeger was het Ambonezenbosje, hoewel de naam anders doet vermoeden, een open vlakte met lange houten barakken. Her en der waren lage bosschages. “Het was eigenlijk een dorp”, herinnert Anitha zich. “Ruim driehonderd mensen woonden er. Twaalf gezinnen in iedere barak. Vanaf de ingang zag je de kerk en kantine, ook in een barak. Richting de dijk hadden we in het begin een gaarkeuken waarvan de sirene afging als het eten klaar was. Er was een kleuterschool en lagere school, een ziekenzaaltje en een doucheruimte. Alles wat je nodig had, eigenlijk.”
Ondanks de sobere leefomstandigheden bewaart Anitha, die de woordvoerder is voor de Molukse gemeenschap uit het Ambonezenbosje, warme herinneringen aan haar jeugd. “Alle kinderen samen buiten. De gemeenschap was hecht: iedereen kende elkaar en stond voor elkaar klaar. De mannen mochten eerst niet werken, dus de gemeenschap zorgde er samen voor dat er altijd wat te doen was. Er werden een fluitorkest, een vrouwenvereniging en verschillende bands opgericht. Die traden op in de omliggende dorpen. Winschoten bijvoorbeeld.”
Wachtkamer
De Molukkers woonden in het kamp in afwachting van hun terugkeer naar hun thuisland. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1953 waren de KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland overgebracht. De Nederlandse overheid beloofde hen dat ze na een halfjaar zouden kunnen terugkeren naar een onafhankelijk Molukken. Daarom voelde het kamp voor de Molukse gezinnen niet als een thuis. Nee, het was eerder een wachtkamer. Integreren in de Nederlandse samenleving voelde dan ook niet als een noodzaak. Liever bleven de ontheemde inwoners van het bosje bij elkaar. Daar waar ze hun eigen taal, geloof, cultuur en tradities konden uitdragen. De mannen droegen zelfs nog lange tijd plichtsgetrouw hun soldatenuniform. Een zichtbaar teken van hun verleden in het leger.
Het halfjaar dat de overheid beloofd had, liep uit op tien jaar. Veel gezinnen vertrokken uiteindelijk vrijwillig naar Appingedam, waar de eerste Molukse woonwijk in Nederland ontstond. “Mijn vader weigerde te vertrekken”, zegt Anitha. “Samen met de andere gezinnen en alleenstaanden werden we uiteindelijk gedwongen het kamp te verlaten. Op 21 december 1961 kwam een grote politiemacht het kamp binnen. Bussen brachten ons naar Foxhol. Ineens hadden we een stenen huis met sanitair. Ineens hadden we Nederlandse buren.”


Thuiskomen
Gelukkig rolde het gezin van Anitha van de ene hechte gemeenschap in de andere. “We werden al snel geaccepteerd, ik maakte gauw Nederlandse vriendinnetjes. Ik woon nog steeds in hetzelfde rijtje huizen waar ik ben opgegroeid, net als een van mijn Molukse vriendinnen. Zij verhuisde destijds ook naar Foxhol.” Anitha, haar vriendin en andere ex-kampbewoners bezoeken het Ambonezenbosje nog regelmatig. Voor Anitha voelt die plek als een bron van herinnering en verbondenheid: “Als ik er ben, geniet ik. Van de dijk en de zee erachter, de weidse vergezichten over de polders en als alles in bloei staat in het voorjaar.” Dat Het Groninger Landschap het Ambonezenbosje heeft aangekocht, was voor haar een opluchting. “Onze roots liggen hier. Nu blijft het behouden. Voor ons en de volgende generaties.”
Ruimte voor historie en natuur
Van het kamp zijn nooit restanten teruggevonden. “Maar de woning die destijds bij de ingang stond, staat er nog steeds. Vroeger was het een munitiedepot. Nu wordt het verhuurd als recreatiewoning.” Iets anders wat hetzelfde is gebleven? “Er waait nog altijd een stevige wind”, glimlacht de Molukse. Ze vertelt dat weinig mensen weten wat zich in het Ambonezenbosje heeft afgespeeld. Met de aankoop van het bosje door Het Groninger Landschap hoopt Anitha dan ook dat de geschiedenis van de Molukse gemeenschap op deze plek zichtbaarder wordt gemaakt. Daar heeft ze al ideeën over: “Als je op bepaalde plekken foto’s van vroeger plaatst, kunnen bezoekers zien wat er vroeger stond. Een ontmoetingsplek lijkt me ook mooi. Een barak met een picknicktafel bijvoorbeeld. Een plek om even rustig te zitten, maar die ook iets over de historie vertelt.”
Het Groninger Landschap wil graag samen met de Molukse gemeenschap onderzoeken hoe de geschiedenis in het Ambonezenbosje weer zichtbaar kan worden gemaakt. Een andere wens is om het bos te ontwikkelen tot een gevarieerder natuurgebied. Zo ontstaat er meer ruimte voor vogels, zoogdieren, insecten en vleermuizen. De aankoop van het Ambonezenbosje werd mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Cultuurfonds, mede dankzij het Helena Vrucht Fonds.