Leer vlinders herkennen

Prachtig, die vlinders, maar welke soorten zijn er eigenlijk?

Er zijn in Nederland meer dan 2400 soorten vlinders; het grootste gedeelte hiervan zijn nachtvlinders en micro-vlinders (hele kleine vlindertjes). Er zijn 53 soorten dagvlinders te vinden in ons land. Hiervan hebben we 10 veel voorkomende soorten voor je uiteengezet, zo weet jij de volgende keer dat je een vlinder ziet precies welke soort het is!

10 veel voorkomende vlinders in Nederland

Dagpauwoog

Vooral te herkennen aan zijn ‘ogen’ in de hoeken van de vleugels.
Wist je dat de brandnetelplant een heel belangrijke nectarbron is voor de dagpauwoog?

Oranjetip

Een gemakkelijk te herkennen vlindertje. De naam zegt het al: de Oranjetip heeft oranje ‘tipjes’ op haar vleugels.
De soort komt veel voor in Nederland, en begeeft zich graag rondom vochtige graslanden en langs bosranden.

Boomblauwtje

Een klein blauw vlindertje dat graag op ooghoogte langs klimop of hulst voorbij fladdert.
De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje waterig lichtblauw met smalle zwarte randen. Bij het vrouwtje zijn de vleugels lichtblauw met brede zwarte randen. De onderkant van de vleugels is zilvergrijs met kleine zwarte stippen.

Kleine vos

Niet te verwarren met de Atalanta of het Landkaartje!
De rij kleine blauwe maanvlekken langs de rand van de vleugels is een duidelijk herkenningspunt voor deze kleurrijke vlinder.

Atalanta

De Atalanta is een zwarte vlinder, met witte stippen in de vleugelpunt van de voorvleugel, en twee oranje banden op zowel de voorvleugels als achtervleugels. En dan nog een extra herkenningspunt: de zwarte stippen in de oranje band van de achtervleugels. Kan niet missen!

De waarde van waardplanten

Vlinders lusten nectar van veel verschillende plantensoorten. Rupsen echter, zijn veel kieskeuriger. Iedere soort heeft zo zijn eigen voorkeur. Wanneer vlinders eieren leggen, kiezen ze de plant die hun rupsen lekker vinden. Deze plant wordt een waardplant genoemd. Zo zijn bijvoorbeeld brandnetels veel voorkomende waardplanten en daarmee heel belangrijk voor het voortbestaan van vlinders.

Citroenvlinder

Deze vlinder herken je duidelijk aan de citroengele kleur. Het zijn vooral de mannetjes die in het oog springen, de vrouwtjes zijn vaak iets bleker. De vlinder heeft aan de voorvleugel een puntige vleugelpunt, en op de achtervleugel staat een duidelijke stip.

Klein koolwitje

De naam zegt het al, dit is een wit vlindertje. De voorvleugels zijn 2 tot 3 centimeter lang. De hoekjes van de voorvleugels zijn zwart gekleurd, en in het midden is een zwarte stip te vinden.

Landkaartje

Door de afwisselende vormen van oranje, wit en zwart lijken de vleugels van deze vlinder een beetje op een landkaartje. Maar de onderkant van de vleugels heeft een netwerk van lijnen, en daaraan dankt de vlinder de naam.
De eerste generatie in het voorjaar is oranjerood met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie zwart is met een witte band en rood-oranje streepjes op de bovenvleugel. Op de foto zie je de eerste generatie.

Gehakkelde Aurelia

Een veel voorkomende vlinder, duidelijk te herkennen aan de roestbruine vleugels met zwarte stippen. Daarnaast zijn de sterk gekartelde vleugels een duidelijk herkenningspunt.

Koevinkje

De bovenkant van de vleugels is egaal, zwartachtig bruin. De onderkant van de vleugels is donkerbruin en het het vrouwtje heeft daarbij een goudbruine gloed. Op de onderkant van de voorvleugel bevinden zich drie, en op de onderkant van de achtervleugel vijf grote oogvlekken.


Tips voor meer vlinders in je tuin

  • Plant inheemse planten en laat vooral brandnetels en distels staan.
  • Bied van voorjaar tot najaar nectar aan in je tuin.
  • Plant zowel hoge als lagere planten, dit creëert een herkenningspunt en uitkijkpost voor vlinders.
  • Maak beschutte hoekjes met bijvoorbeeld hagen en heggen.
  • Laat voor de winter wat tuinrommel liggen, zodat eitjes, rupsen en poppen kunnen overleven.
  • Maak een voedertafel voor vlinders met rottend fruit of laat vruchten van je fruitboom op de grond liggen.
  • Gebruik geen pesticiden en zo weinig mogelijk meststoffen.