Het Groninger Landschap

 

De Klutenplas is waardevol voor vogels zoals de kluut en planten zoals het schorrekruid. Het is een overgangsgebied tussen het zoute water van de zee en het zoete water van het binnenland.

De Klutenplas ontstond in 1986 door kleiwinning. De klei was nodig om de zeedijken op Deltahoogte te brengen. De kleiput liep vol met water. In het midden van de plas ligt een eiland. In 1998 is aan de westkant nog een landbouwperceel van ruim elf hectare aangekocht en aan de Klutenplas toegevoegd. Dat terrein werd aangekocht in het kader van het zoetwateraanvoerplan, een convenant dat in 1994 is getekend door landbouw, natuurbeschermers, waterschap en overheden. De landbouw wilde graag extra zoet water in de regio aanvoeren om verzilting tegen te gaan. Door het zoete water zouden de brakwaterplanten, die her en der in de sloten groeiden, verdwijnen. Het compromis luidde als volgt: de landbouw kreeg het gewenste zoete water, de natuurbescherming honderdvijftig hectare voor natuurontwikkeling. Deze hectares worden verdeeld over enkele gebieden langs de kust, een parelsnoer van brakwatergebieden waaronder de Klutenplas.