In 't kort | Hoe komt u bij Ceres | Activiteitenagenda

Godin van de akkerbouw
Spijk is een prachtig kerkringdorp met de status beschermd dorpsgezicht. Naast de sierlijke toren van de Andreaskerk is het vooral de molen Ceres die in het oog springt. De trotse wieken reiken tot bijna 30 meter hoogte. De naam van de molen komt uit de Romeinse mythologie. Ceres was de godin van de akkerbouw en het graan.

Sinds 1839
Tjark Pieters Houtman gaf in 1839 opdracht om in Spijk een koren- en pelmolen te bouwen. Daarmee is de molen Ceres één van de drie oudste koren- en pelmolens in de provincie. Op een bordje in de molen staat: ‘Deze eerste molen te Spijk heeft laten zetten T.P. Houtman en vrouw H.J. Allersma in 1839’. Lange tijd had Ceres concurrentie van een andere molen; ze stonden zelfs naast elkaar. Die andere molen is in 1860 verplaatst naar Hornhuizen en in 1934 gesloopt.

Van stiep tot rieten kap
De molen is 19 meter hoog en heeft een vlucht van 21 meter. Hij is uitgerust met een koppel maalstenen (vroeger zelfs twee koppels) en twee pelstenen. Voor de bouw zijn onderdelen van een gesloopte molen uit Uithuizen gebruikt. Ook is sloophout van scheepssloperij Hammingh in Garnwerd verwerkt. Zo zijn in de stellingdeuren van Ceres de kajuitdeuren van een houten zeilschip te herkennen. Misschien is het door dit hergebruik van materialen dat molen afwijkend is qua bouwstijl. Bijzonder is bijvoorbeeld dat de molen nog een rieten kap heeft: de meeste Groninger koren- en pelmolens zijn (nu) bedekt met planken of dakleer. Verder is het zeven meter hoge houten onderstuk zeldzaam: de meeste Groninger molens hebben een onderstuk van baksteen. Ook apart: de molen staat op stiepen, zodat je er onderdoor kunt kijken. Dit is een bouwstijl die vooral bij het molentype grondzeilers in Zeeland voorkwam.

Stellingmolens en grondzeilers
De Ceres is een achtkante stellingmolen. De stelling is de houten omloop bovenop een (doorgaans) stenen onderbouw. Stellingmolens zijn daardoor tot wel 12 meter hoger dan grondzeilers. Grondzeilers zijn molens waarvan de wieken bijna de grond raken. Stellingmolens staan meestal in de bebouwde kom. Daar is immers meer hoogte nodig om genoeg wind te vangen. Grondzeilers staan in het open veld.

Molenaar Kornelis Keizer
De molen Ceres is ruim een eeuw in bezit geweest van de familie Kimm – Keizer. Een van meest kleurrijke molenaars was Kornelis Keizer. Hij nam de molen in 1921 over van zijn ouders. Eind jaren 20 kocht Kornelis er ook nog een kroeg bij. Naar verluidt werd hij zelf zijn beste klant, waardoor de molen in 1931 failliet ging. Kornelis had echter geluk: acht rijke boeren namen de molen over en hij mocht blijven als huurder en molenaar. Kornelis verwaarloosde echter het onderhoud. Tot twee keer toe verloor de molen in die jaren een wiek in een storm. Gelukkig was Kornelis’ zoon, Remmert Keizer, meer betrokken. Vanaf zijn 12e werkte hij mee met zijn vader. Zo werd een knecht uitgespaard en overleefde het bedrijf de crisisjaren. In de oorlog nam de vraag naar graan weer toe. De molen werd gemoderniseerd en de zaken gingen goed. In 1944 kon Kornelis de molen zelfs terugkopen. In 1948 werd zoon Remmert eigenaar en dat bleef hij tot 1982. Hij verdiende zijn brood met de productie van veevoer.

Ceres nu
Het Groninger Landschap heeft de molen sinds 2007 in eigendom. Vrijwilligers houden de molen draaiende. Ook worden in de Ceres vrijwillige molenaars opgeleid tot peldeskundige. Want het tot gort pellen van gerst was en blijft een vak waar veel bij komt kijken.

ceres